Navigation Path: Home > The European Central Bank > Voor het onderwijs > Wat is inflatie?
In een martkeconomie kunnen de prijzen van goederen en diensten altijd veranderen. Sommige prijzen stijgen, andere prijzen dalen. Men spreekt van inflatie bij een brede stijging van de prijzen van goederen en diensten, en dus niet wanneer alleen maar afzonderlijke producten in prijs stijgen. Door inflatie kun je dus voor €1 minder kopen. Of anders gezegd: bij inflatie is een euro minder waard dan ervoor.
Bij de berekening van de gemiddelde stijging van de prijzen wordt aan de prijzen van goederen en diensten ("producten") waaraan we meer geld uitgeven (zoals elektriciteit) meer gewicht toegekend dan aan de prijzen van producten waaraan we minder geld uitgeven (bijvoorbeeld suiker of postzegels).
Huishoudens hebben verschillende consumptiegewoonten: sommige hebben een auto en eten vlees, andere reizen uitsluitend met het openbaar vervoer of zijn vegetariër. De gemiddelde consumptiegewoonten van alle huishoudens samen bepalen hoeveel gewicht de verschillende producten en diensten krijgen toegewezen in de meting van de inflatie.
Om de inflatie te meten wordt gekeken naar alle goederen en diensten die huishoudens consumeren, zoals:
Een "boodschappenmandje" vertegenwoordigt alle goederen en diensten die het hele jaar door worden geconsumeerd door huishoudens. Elk product in het mandje heeft een prijs, die in de loop der tijd kan veranderen. De inflatie op jaarbasis is de prijs van dit totale mandje in een bepaalde maand vergeleken met de prijs ervan in dezelfde maand een jaar ervoor.
| Gekochte hoeveelheden in het basisjaar | Prijs (basisjaar) |
Prijs (1 jaar later) |
Prijs (2 jaar later) |
|||
|---|---|---|---|---|---|---|
| per eenheid | totaal | per eenheid | totaal | per eenheid | totaal | |
| 150 broden | €1,50 | €225 | €1,30 | €195 | €1,60 | €240 |
| 100 koppen koffie | €2,40 | €240 | €2,40 | €240 | €2,15 | €215 |
| 12 kappersbezoeken | €20,00 | €240 | €22,00 | €264 | €23,00 | €276 |
| 1 winterjas | €145,00 | €145 | €176,00 | €176 | €160,00 | €160 |
| Totale kosten van het mandje | €850 | €875 | €891 | |||
| Prijsindex | 100,0 | 102,9 | 104,8 | |||
| Inflatiecijfer | 2,9% | 1,8% | ||||
* De consumptieprijsinflatie in het eurogebied wordt elke maand berekend door Eurostat. De Geharmoniseerde Consumptieprijsindex ("Harmonised Index of Consumer Prices" of HICP) heeft betrekking op gemiddeld zo'n 700 goederen en diensten. Deze index is een afspiegeling van de gemiddelde uitgaven door huishoudens aan een mandje van producten. Full product range covered by the HICP and current inflation rates. |
||||||
In het eurogebied wordt de consumptieprijsinflatie afgemeten aan de "Geharmoniseerde Consumptieprijsindex", ook wel naar de Engelse afkorting van “Harmonised Index of Consumer Prices” de “HICP” geheten. De term “geharmoniseerd” wil zeggen dat alle landen van de Europese Unie dezelfde methodologie aanhouden. Daardoor kunnen de gegevens voor het ene land worden vergeleken met die van een ander.
Het hoofddoel van de ECB is het handhaven van prijsstabiliteit. De ECB definieert prijsstabiliteit als een HICP-inflatie op jaarbasis van onder maar dicht bij 2% op de middellange termijn. Waarom het handhaven van prijsstabiliteit zo belangrijk is
Voordat de euro onze gemeenschappelijke munteenheid werd, mat ieder land de inflatie volgens zijn eigen nationale methoden en procedures. Door de invoering van de euro werd het noodzakelijk een middel te hebben waarmee de inflatie in het hele eurogebied kon worden gemeten, zonder hiaten of overlappingen en op een manier die voor alle landen vergelijkbaar was. De HICP, die wordt ondersteund door een aantal wettelijk bindende normen, is hiervoor het juiste instrument.
Of een bepaalde prijsverandering veel of weinig invloed heeft op de HICP, wordt bepaald door hoeveel geld huishoudens gemiddeld aan dat product uitgeven.
Bijvoorbeeld koffie: aan koffie (samen met thee en cacao) is een gewicht van 0,4% toegekend. Een verandering van de prijs zou dus geen grote invloed hebben op de totale HICP.
Bijvoorbeeld benzine: aan benzine (samen met andere brandstoffen en smeermiddelen voor auto's) is een gewicht van 4,6% toegekend, en dus zou dezelfde procentuele verandering van prijs als voor koffie een ongeveer tien keer zo grote invloed hebben op de HICP.
… in de verschillende landen? Elk land van het eurogebied heeft een nationale statistische dienst. Deze instelling berekent de HICP voor het eigen land.
… voor het eurogebied? Alle nationale instellingen voor statistieken sturen hun cijfers naar Eurostat, het statistische bureau van de Europese Gemeenschappen. Eurostat berekent vervolgens de HICP voor het eurogebied als geheel. Eurostat ziet tevens toe op de kwaliteit van de nationale cijfers door te controleren of de verschillende landen voldoen aan de wettelijk bindende normen. Zie voor nadere details de HICP-webpagina's van Eurostat.
Uit enquêtes onder consumenten komt vaak naar voren dat mensen “het gevoel hebben” dat de inflatie hoger is dan de werkelijke prijsindices aangeven. Hoe komen mensen nu aan de indruk die ze hebben van de inflatie? Een aantal wetenschappelijke studies hebben het volgende gevonden:

Voorbeeld: als de benzineprijs veel meer stijgt dan de prijzen van andere goederen en diensten, zullen mensen die de auto regelmatig gebruiken een inflatiecijfer “voelen” dat hoger is dan de HICP omdat hun persoonlijke uitgaven aan benzine hoger dan gemiddeld zijn. Daarentegen zullen mensen die de auto slechts zelden of nooit gebruiken een lagere “persoonlijke” inflatie ervaren.
Voorbeeld: de autoprijzen kunnen omhoog zijn gegaan, maar nieuwe modellen bevatten vaak standaard kenmerken die eerst werden verkocht als optionele extra's (bijvoorbeeld satellietnavigatiesystemen, air-conditioning en airbags). In dergelijke gevallen is de prijsstijging dus deels het gevolg van een stijging van de kwaliteit, niet alleen maar van inflatie. Als de autoprijzen met, zeg, gemiddeld 5% zouden toenemen maar de stijging van de kwaliteit zou slechts 1% daarvan uitmaken, dan zou de HICP voor dit product dus een stijging van 4% aangeven.