
"Tien jaar geleden, op 1 januari 2002, werden de eurobankbiljetten en euromunten ingevoerd in twaalf lidstaten van de Europese Unie. De invoering van de euro was een onderneming zonder weerga, maar ze verliep probleemloos; binnen enkele dagen waren miljarden bankbiljetten en munten in omloop gebracht. Gedurende de afgelopen jaren zijn nog vijf lidstaten op de euro overgegaan, zodat 17 lidstaten – met een bevolking van 332 miljoen – nu de euro gebruiken. De euro is een symbool van Europa geworden en de bankbiljetten en munten zijn nu onderdeel van ons dagelijks leven."
Mario Draghi, President van de ECB
Euro Run-wedstrijd 2012: Vanaf 1 januari tot en met 31 maart 2012 loopt onze online Euro Run-wedstrijd voor kinderen van de eurogeneratie, van 9 tot en met 12 jaar oud, die in de Europese Unie wonen.
Bezoekersdag bij de ECB: De ECB is van plan op zondag 29 april 2012 haar deuren voor het publiek te openen. Het is een kans om meer te weten te komen over de eurobankbiljetten en euromunten, van de geschiedenis van het geld tot de productie ervan.
Video*: Bekijk onze korte film over de eerste tien jaar van de eurobankbiljetten en euromunten.
Dit materiaal is gratis beschikbaar voor informatieve doeleinden met betrekking tot de euro. Het moet accuraat worden verspreid en gereproduceerd, en de ECB dient daarbij als bron te worden vermeld: © Europese Centrale Bank. Voor eventueel ander gebruik van het materiaal dient vooraf goedkeuring te worden verkregen van de Afdeling Pers en Informatie van de Europese Centrale Bank (e-mail: info@ecb.europa.eu; Tel: +49 69 1344 7455).
* Krachtens Artikel 26 van Decreetwet 201/2011, die is gepubliceerd in het Staatsblad van de Italiaanse Republiek Nr. 284 van 6 december 2011, zullen lira-bankbiljetten en lira-munten die nog in omloop zijn met onmiddellijke ingang verlopen en worden toegewezen aan de Schatkist. Dienovereenkomstig kunnen deze bankbiljetten en munten per 7 december 2011 niet langer bij de kantoren van de Banca d'Italia worden ingewisseld.
Het Europees Monetair Instituut, de voorloper van de ECB, schreef in februari 1996 een ontwerpwedstrijd uit. De inzendingen werden beoordeeld door een jury van onafhankelijke deskundigen op de gebieden marketing, ontwerp en kunstgeschiedenis, en in een opinieonderzoek aan het publiek voorgelegd. In december 1996 heeft de Raad van het Europees Monetair Instituut mede op basis van de resultaten van de jury en het publieksonderzoek de winnaar gekozen: een serie ontwerpen van Robert Kalina, een bankbiljettenontwerper van de Oesterreichische Nationalbank in Wenen, met het thema tijdperken en stijlen van Europa. Meer over bankbiljetten
Anders dan de eurobankbiljetten, die in alle landen van het eurogebied hetzelfde zijn, hebben de munten een Europese en een nationale zijde. Op de ene zijde zijn symbolen van de Europese landen afgebeeld en de andere zijde weerspiegelt de eenheid van de EU. Meer over euromunten
Momenteel maken 332 miljoen mensen in 17 lidstaten gebruik van de euro. Medio 2011 waren er 14,2 miljard bankbiljetten en 95,6 miljard munten met een totale waarde van respectievelijk € 847 miljard en € 22,8 miljard in omloop. Het bankbiljet van € 50 had het grootste aandeel in het volume (39,5%), maar het bankbiljet van € 500 het grootste aandeel in de waarde (34,3%), op de voet gevolgd door het biljet van € 50 (33%).
De productie van eurobankbiljetten startte in juli 1999 in vijftien bankbiljettendrukkerijen verspreid over de Europese Unie. Op 1 januari 2002 was voor de 308 miljoen mensen in de twaalf toenmalige landen van het eurogebied een beginvoorraad van 14,9 miljard eurobankbiljetten gedrukt; samen zouden die de oppervlakte van 15.000 voetbalvelden in beslag nemen. In 16 Europese munthuizen werden circa 52 miljard munten met een totale waarde van €15,75 miljard geslagen uit 250.000 ton metaal.
Bij de invoering van de euro waren het bankwezen, geldtransporteurs, detailhandelaren, fabrikanten van automaten en natuurlijk de burgers betrokken. Ondanks de omvang ervan verliep de invoering van de chartale de euro soepel en was ze aan het einde van februari 2002 in het hele eurogebied succesvol afgerond.
Tegen 1 maart 2002 waren ruim 6 miljard nationale bankbiljetten en bijna 30 miljard nationale munten uit de omloop genomen.
De bankbiljetten en munten die voorheen in sommige landen werden gebruikt, zoald de Deutsche Mark of Spaanse peseta, kunnen nog steeds worden omgewisseld voor euro's. Daarvoor moet u naar uw nationale centrale bank. In sommige landen is er echter een tijdlimiet voor het omwisselen van 'oude' nationale bankbiljetten en/of munten.
In de eerste helft van 2011 zijn in totaal 295.553 valse eurobankbiljetten uit de omloop genomen. In vergelijking met het aantal echte bankbiljetten in omloop (gemiddeld 13,8 miljard gedurende de eerste helft van 2011) blijft het aantal vervalsingen zeer laag. Bij vervalsers zijn de biljetten van € 50 en € 20 het populairst. Hoewel het vertrouwen in de echtheid van de euro volledig gerechtvaardigd is door voortdurende antivervalsingsmaatregelen, spoort de ECB u aan om alert te zijn op vervalsingen, de hier omschreven voel-, kijk- en kanteltests toe te passen en altijd meerdere echtheidskenmerken te controleren.
Ondanks het minieme aantal vervalste bankbiljetten moet het Eurosysteem vervalsers steeds een stap voor blijven en ervoor zorgen dat de eurobiljetten nog moeilijker te vervalsen worden. Daarom zal er in de komende paar jaar een tweede serie eurobankbiljetten worden geïntroduceerd. In deze nieuwe reeks zullen de voornaamste ontwerpelementen hetzelfde zijn als in de eerste reeks bankbiljetten. Het Eurosysteem zal te zijner tijd informatie verstrekken over de nieuwe bankbiljetten.