Navigation Path: Home > The European Central Bank > Organisatie > Behoorlijk bestuur
Naast de besluitvormende organen zijn er ten behoeve van het behoorlijk bestuur van de ECB een aantal externe en interne controlelagen.
Extern:
Intern:
De Statuten van het ESCB voorzien in twee lagen:
De externe accountants controleren de jaarrekening van de ECB (artikel 27.1 van de Statuten van het ESCB). De Europese Rekenkamer onderzoekt de operationele doelmatigheid van het beheer van de ECB (artikel 27.2).
Goede Praktijken voor de selectie en het mandaat van de Externe Accountants overeenkomstig Artikel 27.1 van de ESCB/ECB-Statuten, zoals goedgekeurd door de Raad van Bestuur van de ECB, 23 oktober 2008, en
De onderzoeksverslagen van de externe accountants worden gepubliceerd in het Jaarverslag van de ECB (zie Publications).
Zie onderstaande publicaties voor de verslagen van de Europese Rekenkamer en de antwoorden van de ECB:
Het Directoraat Interne Audit valt onder de directe verantwoordelijkheid van de Directie. Het mandaat van het Directoraat Interne Audit is gedefinieerd in de door de Directie goedgekeurde Audit Charter van de ECB (zoals laatstelijk gewijzigd op 31 juli 2007) ( pdf 24,3 kB, nl).
Deze Charter is opgesteld op basis van internationaal geldende beroepsnormen, met name die van het Institute of Internal Auditors (IIA).
De interne controlestructuur van de ECB stoelt op een functionele benadering. Elke organisatie-eenheid (Afdeling, Directoraat of Directoraat-Generaal) is verantwoordelijk voor haar eigen interne controle en efficiëntie. Om hiervoor te zorgen voeren de organisatie-eenheden een reeks operationele controleprocedures uit op het terrein van hun bevoegdheden.
Zo is er bijvoorbeeld sprake van een samenstel van regels en procedures – een zogeheten "Chinese muur" – om te voorkomen dat vertrouwelijke informatie vanuit de eenheden die verantwoordelijk zijn voor de tenuitvoerlegging van het monetaire beleid doordringt tot de eenheden die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de externe reserves van de ECB en van haar eigen middelen.
Naast deze controlelagen brengen bepaalde organisatie-eenheden advies uit en presenteren voorstellen aan de Directie betreffende specifieke controleaangelegenheden die voor de hele organisatie van toepassing kunnen zijn.
Het ethisch kader voor de personeelsleden van de ECB is op 1 januari 2011 gewijzigd. Het kader dient als leidraad en legt ethische conventies, normen en maatstaven vast. Van alle personeelsleden wordt verwacht dat zij hoge normen van beroepsethiek in acht nemen bij de uitoefening van hun werkzaamheden bij de ECB, alsook in al hun betrekkingen met nationale centrale banken, overheidsorganen, marktpartijen, vertegenwoordigers van de media en het publiek in het algemeen.
De leden van de Directie van de ECB zijn eveneens verplicht zich te houden aan de beginselen zoals die zijn neergelegd in het nieuwe ethische kader voor personeelsleden, naast de Aanvullende Code met Ethische Criteria die zij reeds eerder hadden aangenomen.
De leden van de Raad van Bestuur van de ECB houden zich aan een specifieke Gedragscode, waarin tot uiting komt hun specifieke verantwoordelijkheid om de integriteit en de reputatie van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) en de Europese Centrale Bank (ECB) te waarborgen en de effectiviteit van haar transacties te handhaven.
Zie voor nadere details:
De Directie heeft een Ethisch Functionaris benoemd die, als hooggeplaatste objectieve en onpartijdige autoriteit, het personeel van de ECB adviseert over elke aangelegenheid die betrekking heeft op naleving van het ethische kader van de ECB.
De begrotingsautoriteit voor de ECB ligt bij de Raad van Bestuur. Deze keurt de begroting van de ECB goed, zich daarbij baserend op een voorstel van de Directie. Daarnaast assisteert het Begrotingscomité de Raad van Bestuur in zaken die verband houden met de begroting van de ECB.
Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en van de Raad, heeft de Directie op 1 januari 2002 een Data Protection Officer benoemd.
Bovenkant paginaIn 1999 hebben het Europees Parlement en de EU-Raad Verordening (EG) nr. 1073/1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (de zogenoemde “OLAF-Verordening”) vastgesteld ter intensivering van hun strijd tegen fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten die de financiële belangen van de Gemeenschappen schaden. Deze verordening voorziet voornamelijk in de mogelijkheid van intern onderzoek door OLAF naar vermoedelijke fraude binnen instellingen, lichamen, organen en agentschappen van de EU.
Besluit van de ECB over de voorschriften die van toepassing zijn op OLAF-onderzoeken – Op 3 juni 2004 heeft de Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank een besluit vastgesteld betreffende de voorwaarden voor en de wijze van uitvoering van onderzoeken binnen de Europese Centrale Bank, door het Europees Bureau voor fraudebestrijding, op het gebied van de bestrijding van fraude, corruptie en elke andere onwettige activiteit waardoor de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen worden geschaad en tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de Europese Centrale Bank (ECB/2004/11). Dit besluit is op 1 juli 2004 in werking getreden.
Hoewel de Raad van Bestuur de noodzaak van krachtige fraudepreventiemaatregelen had aanvaard, was hij van mening dat de onafhankelijke positie en statutaire taken van de ECB niet verenigbaar waren met toepassing van de OLAF-Verordening op de ECB. De Raad van Bestuur stelde derhalve op 7 oktober 1999 een eigen besluit betreffende de preventie van fraude vast (ECB/1999/5). Dit besluit voorzag in het opzetten van een veelomvattende fraudebestrijdingsregeling onder de uiteindelijke controle van een onafhankelijk Comité voor fraudebestrijding.
De Europese Commissie, daarbij ondersteund door het Koninkrijk der Nederlanden, het Europees Parlement en de Raad van de EU, vocht dit besluit aan bij het Europees Hof van Justitie (Zaak C-11/00). Op 10 juli 2003 deed het Hof uitspraak over de standpunten van beide hierbij betrokken partijen, waarbij besluit ECB/1999/5 nietig werd verklaard.
Het arrest van het Hof plaatste de ECB onomwonden “binnen het kader van de Gemeenschap”. Tegelijkertijd stelde het Hof dat de wetgever had willen verzekeren dat de ECB op onafhankelijke wijze de haar toegewezen taken zou kunnen uitvoeren. Het Hof oordeelde echter dat deze onafhankelijkheid niet tot gevolg heeft dat de ECB geheel gescheiden is van de Gemeenschap en vrijgesteld is van elke regel van het Gemeenschapsrecht. Dit stemt overeen met de door de ECB gevolgde benadering. De toepassing van de OLAF-Verordening dient de onafhankelijke uitvoering van de taken van de ECB niet te belemmeren.
Tijdens zijn functioneringsperiode heeft het Comité voor fraudebestrijding van de Europese Centrale Bank de volgende jaarverslagen vastgesteld:
Het Comité van interne accountants is verantwoordelijk voor accountantsonderzoeken krachtens een mandaat van de Raad van Bestuur. Het audit-beleid van het ESCB ( pdf 23 kB, en ) is door de Raad van Bestuur vastgelegd om te zorgen voor audits ten aanzien van gezamenlijke projecten en gezamenlijke operationele systemen op ESCB-niveau. Deze audits worden door het Comité van interne accountants gecoördineerd.
Bovenkant pagina